Duurzame diamant uit lab én mijn

2-3 minuten

lees

Als edelsteenkundige krijg ik geregeld de vraag of een lab-grown diamant duurzamer is dan een natuurlijke. Maar het antwoord daarop is complex en niet te vatten in termen zoals ‘eco-friendly’ of ‘duurzaam’.

Vanaf 27 september verbiedt de Europese EmpCo-richtlijn bedrijven om algemene duurzaamheidsclaims te gebruiken zonder onderbouwing, een belangrijke stap tegen greenwashing. Maar voor wie een diamant wil kopen, verandert er weinig: de belangrijkste informatie ontbreekt. 

Niet de herkomst van de diamant heeft de meeste impact op het klimaat, maar de energie waarmee de edelsteen is geproduceerd. En die wordt vrijwel nooit gemeten.

Lab-grown en natuurlijke diamanten zijn chemisch, fysisch en optisch identiek. Het verschil zit in het ontstaan: de een groeit in enkele weken in een reactor, de ander in de mantel van de aarde, en kan tot miljarden jaren oud zijn. Lab zou duurzaam zijn, mijnbouw niet. Maar cijfers houden die tegenstelling niet overeind.

Een groot deel van de lab-grown diamanten wordt gemaakt met het Chemical Vapour Deposition-proces: een kristal groeit in een reactor die continu stroom vraagt. Op een elektriciteitsnet dat vooral op kolen draait, kan de uitstoot oplopen tot een veelvoud van wat natuurlijke diamanten uitstoten. Op een net met hernieuwbare energie kan diezelfde diamant volgens het Trucost-rapport dalen tot circa 17 kilo CO2-equivalent per geslepen karaat.

Ook tussen mijnen bestaan grote verschillen, afhankelijk van gebruikte energie, ertskwaliteit en mijngrootte. Zo heeft een mijn in een bereikbaar gebied met toegang tot het lokale elektriciteitsnetwerk een verbruik dat per karaat lager is dan het verbruik van een afgelegen mijn. 

Het eerdergenoemde onderzoek van Trucost/S&P Global wordt vaak aangehaald en was een opdracht van Diamond Producers Association. Voor 2019 wordt een uitstoot van 511 kilo CO2-equivalent per geslepen karaat lab-grown diamant berekend, tegenover 160 kilo voor natuurlijke diamant. Maar de opdrachtgever is belanghebbende én onafhankelijke data over de lab-grown-sector schaars. De cijfers laten zich dus moeilijk als feiten lezen.

Grote mijnbouwers als De Beers en Rio Tinto erkennen dat de klimaatimpact verschilt per mijn en energiebron en hebben eigen decarbonisatiedoelen voor 2030 en 2050. Uitstoot van materieel laat zich niet zomaar ombuigen door de overstap op groene stroom, terwijl dat bij een CVD-reactor wel kan.

Dat transparantie over de herkomst van energie geen utopie is, zag ik tijdens een bezoek aan de Duitse producent Nevermined. Ik kon daar het productieproces volgen van zaadkristal tot ruw eindproduct, inclusief de herkomst van de gebruikte elektriciteit (zonne-, wind- en waterkracht). De geproduceerde diamanten zijn gecertificeerd volgens SCS-007-1, waarbij eisen worden gesteld aan duurzaamheidsinformatie. Zulke informatie kán dus wel beschikbaar worden gemaakt.

Wie alle natuurlijke diamant niet duurzaam noemt, simplificeert net zo goed als wie elke lab-grown diamant duurzaam noemt. Fabrikanten aan de lab-grown-kant strooien met termen als ‘kleine footprint’, meestal zonder dat daar verifieerbare getallen tegenover staan. Na 27 september verandert er weinig: de EmpCo-richtlijn pakt vooral vage claims aan, niet het ontbreken van data. Een producent die zwijgt in plaats van een loze claim te presenteren, voldoet keurig aan de wet. Daarmee is de consument niet geholpen en blijft transparantie een keuze.

Tijd voor de detailhandel om andere vragen te stellen. Niet: is deze diamant lab-grown of natuurlijk? Maar: hoe is hij gemaakt, met welke energie? Pas dan krijgt duurzaamheid in de diamantsector betekenis.

Laetitia Ruchtie is gemoloog en specialist lab-grown diamanten.

Plaats een reactie