Lab grown diamant is geen ‘kweekdiamant’

2-4 minuten

lees

Steeds vaker hoor ik de term ‘kweekdiamant’ vallen, ook binnen de sector zelf. Dat is op zich niet gek: zonder mijn moet een diamant ergens vandaan komen, en ‘groeien’ klinkt al snel als ‘kweken’. Toch is dat woord in de edelsteenkunde geen synoniem voor ‘in een lab gemaakt’. ‘Kweken’ heeft een precieze betekenis, en die betekenis past niet bij een diamant uit de fabriek.In dit artikel leg ik uit waar die term vandaan komt, wie de regels voor diamantterminologie eigenlijk bepaalt, en waarom het onderscheid tussen ‘kweken’ en ‘groeien’ meer is dan een kwestie van smaak.

Wie bepaalt eigenlijk hoe een diamant mag heten?

Dat is niet aan individuele juweliers of webshops, maar aan CIBJO, de World Jewellery Confederation. CIBJO bestaat sinds 1926 en is de internationale koepelorganisatie die terminologiestandaarden voor de sieradenbranche opstelt en beheert, onder meer via het zogeheten ‘Diamond Blue Book’. Het doel daarvan is niet bureaucratisch, maar juist consumentgericht: eenduidige naamgeving moet verwarring en misleiding bij de koper voorkomen.

In de CIBJO-richtlijn voor diamantterminologie staat het met zoveel woorden: de termen ‘cultured’ en ‘cultivated’ — in het Nederlands ‘gekweekt’ — zijn uitsluitend voorbehouden aan organische edelstenen (edelstenen geproduceerd door een organisme), zoals parel, amber, koraal. Een lab grown diamant valt daar niet onder, en mag dus volgens deze internationale standaard niet als ‘kweekdiamant’ worden aangeduid.

Waarom ‘kweken’ bij parels wél klopt

Om te begrijpen waarom die regel er is, helpt een vergelijking met een edelsteen waarvoor de term ‘kweken’ wél terecht is: de parel.

Een parel ontstaat wanneer een levend organisme, een oester of mossel, reageert op een vreemd object in zijn schelp door dat object laag voor laag te omhullen met parelmoer. Bij een gekweekte parel wordt dat proces bewust op gang gebracht door een mens, maar het vindt nog altijd plaats in en door een levend dier. Zonder dat organisme ontstaat er geen parel. Het Gemological Institute of America (GIA) noemt de parel dan ook niet voor niets ‘simply and purely organic’: een zuiver organische edelsteen, geproduceerd door een levend wezen.

Dat is precies het criterium waarop CIBJO de term ‘kweken’ baseert: een biologisch proces, in of door een levend organisme. En dat is meteen ook waarom een diamant, hoe hij ook ontstaat, daar buiten valt. Maar ‘kweekdiamant’ is geen alternatief daarvoor: die term zet twee volledig verschillende categorieën edelstenen, het organische en het minerale, ten onrechte op één lijn.

Hoe ontstaat een laboratory grown diamant dan wel?

Een lab grown diamant komt op een fundamenteel andere manier tot stand dan een parel. Het proces begint met een zaadkristal: een uiterst dun plakje diamant, afkomstig van een natuurlijke of synthetische diamant. Dat zaadkristal wordt in een reactor geplaatst, waarna de diamant er atoom voor atoom op verder groeit. Dat gebeurt via een van twee technieken:

  • HPHT (High Pressure High Temperature): bootst de extreme druk en hitte na waaronder diamant ook diep in de aarde ontstaat.
  • CVD (Chemical Vapor Deposition): laat koolstofatomen uit een mengsel van koolstofhoudende gassen zich laagje voor laagje afzetten op het zaadkristal.

In beide gevallen draait het om o.a. koolstof, hitte, druk en tijd, uitgevoerd in een gecontroleerde industriële omgeving. Er is geen oester, geen levend weefsel en geen enkel biologisch proces bij betrokken. Het eindresultaat is chemisch, structureel en fysisch identiek aan een natuurlijke diamant, maar de ontstaanswijze heeft niets van doen met wat we in de gemmologie ‘kweken’ noemen.

HPHT lab grown diamond process GIA

Conclusie: een kwestie van precisie

De naam ‘kweekdiamant’ is geen alternatief daarvoor: die term zet twee volledig verschillende categorieën edelstenen, het organische en het minerale, ten onrechte op één lijn.

Plaats een reactie